Q&A Coronamaatregelen in het onderwijs

Laatste update: 30 april 2020

ONDERWIJSPERSONEEL

Op grond van de Arbeidsomstandighedenwet dient de werkgever er op school zorg voor te dragen dat werknemers hun werkzaamheden in een veilige en gezonde omgeving kunnen verrichten. Dat betekent concreet dat de adviezen en het RIVM en de GGD opgevolgd moeten worden. Van de werkgever wordt verwacht dat deze adequate voorlichting en instructie geeft over de wijze waarop veilig en gezond gewerkt kan worden. Het RIVM heeft aangegeven welke maatregelen genomen kunnen worden om het besmettingsgevaar met het coronavirus te voorkomen, bijvoorbeeld door handen regelmatig te wassen en voldoende afstand te houden. De werkgever dient de werknemers hierover te instrueren. Daarnaast dient de werkgever er zorg voor te dragen dat er bijvoorbeeld voldoende zeep aanwezig is. Voorts dient de werkgever aan de werknemers voorlichting te geven over de wijze waarop zij leerlingen dienen te instrueren om besmetting met het virus te voorkomen.

Verder dient de werkgever zich te onthouden van het organiseren van grote bijeenkomsten.

Voor het basisonderwijs is bepaald dat de scholen op 11 mei 2020 gedeeltelijk opengaan. Onderwijzend personeel dient in ieder geval op school te zijn om les te geven. De werkgever dient wel rekening te houden met de adviezen en richtlijnen, waaronder de afstand van 1,5 meter voor volwassenen. Voor werkzaamheden die vanuit huis gedaan kunnen worden dient de werkgever deze mogelijkheid te bieden. Er is echter geen verplichting om de werknemers thuis te laten werken. Indien werknemers gezondheidsklachten (koorts/verkoudheid) hebben, dienen zij thuis te blijven.

Indien werknemers gezondheidsklachten hebben dienen zij zich ziek te melden en thuis te blijven. De werkgever kan adviseren om contact op te nemen met de huisarts. Daarnaast kan de werkgever de bedrijfsarts inschakelen. De bedrijfsarts kan adviseren over de belastbaarheid van de werknemer. Eventueel kunnen aan de werknemer werkzaamheden opgedragen worden die vanuit huis kunnen worden verricht.

De werkgever heeft een zorgplicht jegens andere werknemers en leerlingen waardoor de werkgever de werknemer met gezondheidsklachten moet verzoeken om thuis te blijven. Eventueel kan de bedrijfsarts ingeschakeld worden om de medische situatie van de werknemer te beoordelen en op basis daarvan advies uit te brengen met betrekking tot de (on)mogelijkheid om te werken.

Volgens de ZAPO (onderdeel van de CAO PO) en de ZAVO (onderdeel van de CAO VO) dient een werknemer, die kortgeleden contact heeft gehad met een persoon bij wie een ziekte als bedoeld in de Wet publieke gezondheid (zoals het coronavirus) is geconstateerd, dit spoedig te melden aan de werkgever. Werknemers hebben dus een meldplicht indien zij vermoedelijk besmet geraakt zijn. Na de melding van de werknemer kan de werkgever de arbodienst dan wel een andere deskundige contact laten opnemen met de werknemer. De werknemer dient de voorschriften van de arbodienst dan wel de deskundige op te volgen. Tevens dient de werknemer een geneeskundig onderzoek te ondergaan indien de arbodienst/de deskundige dit nodig acht.

Onder deze omstandigheden blijft nog steeds gelden dat de werkgever in het kader van de privacy geen recht heeft op informatie over de gezondheid van de werknemer. De werknemer is bijvoorbeeld niet verplicht om antwoord te geven of vragen die betrekking hebben op de gezondheidssituatie. De werknemer kan er wel voor kiezen om antwoord te geven. De gegeven antwoorden mogen door de werkgever niet verzameld en geregistreerd worden. Een werknemer moet medische informatie wel verstrekken aan de bedrijfsarts.

Nee, bij werknemers mogen geen gezondheidscontroles worden uitgeoefend. De werkgever kan wel adviseren om contact op te nemen met de huisarts. Tevens kan de werkgever de bedrijfsarts inschakelen. De bedrijfsarts heeft wel de bevoegdheid om gezondheidscontroles uit te oefenen.

De werkgever kan hiernaar vragen. Werknemers zijn echter niet verplicht om antwoord te geven op deze vraag. Wel kunnen werknemers ervoor kiezen om antwoord te geven. Indien een werknemer aangeeft naar een risicogebied te zullen reizen kan de werkgever afraden om de reis door te laten gaan, maar mag de reis ernaartoe niet verbieden.

In beginsel kan de werkgever werknemers niet verbieden om te reizen naar een bepaalde bestemming. Wel kan de werkgever de werknemers adviseren om af te zien van de reis. Werknemers zijn in principe ook niet verplicht om informatie te verstrekken over hun vakantiebestemming. Voor reizen naar bestemmingen waarvoor het Ministerie van Buitenlandse zaken een negatief reisadvies met code ‘rood’ heeft afgegeven kan de werkgever wel instructies geven en er consequenties aan verbinden. De werkgever zal werknemers hier tijdig van op de hoogte moeten stellen.

Werknemers zijn niet verplicht om te melden dat zij positief zijn getest op corona. Wel zijn zij verplicht om zich ziek te melden. Medische informatie dient wel verstrekt te worden aan de bedrijfsarts. Ook is het voor een werknemer raadzaam om de besmetting te vermelden zodat de werkgever eventuele aanvullende maatregelen kan nemen.

Werknemers, ouders en leerlingen hebben recht op privacy. Zolang zij zelf niet mededelen aan anderen dat zij besmet zijn met het coronavirus mag de school daar geen informatie over verstrekken.

Nee, als er geen concreet besmettingsgevaar is dan dient de werknemer de werkzaamheden te verrichten. Doet de werknemer dat niet, dan vervalt de aanspraak op salaris. Indien de werkgever twijfelt of een werknemer gegronde vrees heeft voor besmettingsgevaar, bijvoorbeeld omdat de werknemer een aandoening heeft, dan is het verstandig om de bedrijfsarts in te schakelen voor advies. Met betrekking tot zwangere werknemers is het standpunt van de medici dat zij geen verhoogd risico lopen op besmetting.

Ja, zieke werknemers (al dan niet besmet met corona) krijgen het salaris doorbetaald.

Indien een werknemer ervoor kiest om naar een dergelijk gebied te gaan en gezondheidsklachten krijgt dan wel besmet raakt met het coronavirus, levert dit niet direct een grond op om het salaris te staken. Om het salaris te kunnen staken dient de werknemer door opzet besmet te raken met het coronavirus. Doorgaans is geen sprake van opzet. In het algemeen nemen mensen maatregelen om niet besmet te raken.

Als er geen of minder werk is krijgen werknemers het salaris doorbetaald. Dit komt namelijk voor risico van de werkgever. Eventueel kan in overleg met werknemers ander werk worden opgedragen.

Indien een werknemer niet in staat is om werkzaamheden te verrichten doordat er geen opvang geregeld kan worden voor de eigen kinderen kan in overleg kort buitengewoon verlof voor de duur van maximaal twee weken ingezet worden op grond van artikel 8.8 CAO PO. Dit verlof is met behoud van salaris. De CAO VO kent deze regeling niet. In het VO kunnen werknemers eventueel een beroep doen op het calamiteitenverlof.

Het kan voorkomen dat een werknemer de werkzaamheden niet kan verrichten omdat bijvoorbeeld de partner, een kind of een ouder noodzakelijke zorg nodig heeft van de betreffende werknemer. In die gevallen heeft de werknemer recht op maximaal twee weken betaald zorgverlof (artikel 8.7 lid 1 sub i CAO PO en artikel 15.1.a CAO VO). Het verlof kan eventueel verspreid worden over een periode van 12 maanden.

Het betaald zorgverlof eindigt indien de werkgever aangeeft dat hij tegen de opname van het zorgverlof een zodanig zwaarwegend bedrijf- of dienstbelang heeft dat het belang van de werknemer daarvoor naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid moet wijken.

Verder kent de CAO PO de mogelijkheid om binnen 12 weken zes keer de wekelijkse arbeidsomvang in de vorm van onbetaald verlof op te nemen. De voorwaarde daarbij is dat het verlof maximaal de helft van de wekelijkse arbeidsomvang bedraagt (artikel 8.9 CAO PO). Met toestemming van de werkgever kan de werknemer maximaal gedurende 18 weken en wekelijks meer uren verlof opnemen. De CAO VO kent deze mogelijkheid niet.

MEDEZEGGENSCHAP

Als gevolg van de ontwikkelingen rondom het coronavirus kan het bevoegd gezag besluiten nemen ten aanzien van de onderwijs- en examenregeling (artikel 10 lid 1 sub b WMS) het veiligheids-, gezondheid- en welzijnsbeleid (artikel 10 lid 1 sub e WMS), de organisatie van de school (artikel 11 lid 1 sub f WMS) of de voorzieningen voor de leerlingen (artikel 13 lid 1 sub d en artikel 14 lid 3 sub c WMS).

Als de wijzigingen het gevolg zijn van een verplichting vanuit de overheid, dan heeft het bevoegd gezag daar geen keuze in waardoor er geen bevoegdheid aanwezig is voor de medezeggenschapsraad. Ten aanzien van besluiten waarin wel een keuzevrijheid is, zoals de wijze waarop het afstandsonderwijs wordt ingericht en de materialen die beschikbaar worden gesteld aan leerlingen, heeft het bevoegd gezag een verplichting om deze voor advies of instemming voor te leggen aan de medezeggenschapsraad of een geleding. Doordat er snel keuzes gemaakt moeten worden, wordt de inspraak van de medezeggenschapsraden mogelijk overgeslagen. Het is raadzaam dat het bevoegd gezag en de medezeggenschapsraad afspraken maken over de wijze waarop de medezeggenschap betrokken zal worden bij de besluitvorming als gevolg van het coronavirus.

De overheid heeft bepaald dat basisscholen vanaf 11 mei 2020 voor de helft van de tijd lesgeven en dat het voortgezet onderwijs vanaf 1 juni 2020 volledig op gaan. Scholen kunnen niet besluiten om niet open te gaan. Afstandsonderwijs aanbieden in plaats van onderwijs op school behoort niet tot de mogelijkheden. Ook niet als de (G)MR zich daarin kan vinden.

LEERLINGEN

De school heeft de verplichting om onderwijs te bieden aan leerlingen. In beginsel wordt dit onderwijs op school gegeven. Met het besluit om de scholen te sluiten blijft voor de scholen de verplichting bestaan om het onderwijs zodanig in te richten dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen. De school zal zich moeten inspannen om de verplichting van het bieden van onderwijs waarbij sprake is van een ononderbroken ontwikkelingsproces.

Leerlingen kunnen ingeschreven worden. Op aanmeldingen dient de school nog steeds binnen de wettelijke termijn van zes weken een beslissing te nemen. Dat is misschien lastig omdat de maatregelen ervoor zorgen dat bijvoorbeeld een onderzoek niet uitgevoerd kan worden. In die situaties is het raadzaam om te bekijken of het mogelijk is om de gewenste informatie op andere wijze te verkrijgen. Indien het niet lukt om binnen de wettelijke termijn een beslissing te nemen, wordt aan de ouders medegedeeld dat er alsnog een beslissing zal worden genomen binnen vier weken na het verstrijken van de periode van zes weken. Voor leerlingen die nog niet leerplichtig zijn (4-jarigen) kan wellicht tussen school en de ouders afgesproken worden dat de leerlingen onderwijs krijgt zodra de scholen weer geopend zijn.

Leerlingen kunnen ook verwijderd worden terwijl zij onderwijs op afstand krijgen. Een belangrijke vraag is uiteraard of de verwijdering op dit moment nodig en wenselijk is. Daarnaast is een van de voorwaarden voor een verwijdering van een leerling dat een andere school bereid is de leerling toe te laten. Onder de huidige omstandigheden zal het wellicht lastig zijn om een school te vinden die bereid is om de leerling toe te laten. De leerling kan immers niet fysiek onderwijs volgen op de school. Het is eventueel mogelijk om met de andere school af te spreken dat de leerling tot de school toegelaten kan worden als de scholen weer opengaan. Om dat te kunnen realiseren dient in het verwijderingsbesluit opgenomen moeten worden dat de verwijdering ingaat vanaf het moment dat de scholen weer geopend zijn. Tot die tijd verzorgt de huidige schoolonderwijs (op afstand) aan de leerling. In de tussentijd kunnen ouders de inschrijving op de andere school in orde maken.

Onder normale omstandigheden zouden leerlingen die lichte griepverschijnselen hebben naar school zijn gekomen. De school zal hier in de coronatijd beleid op moeten ontwikkelen. Het is raadzaam om leerlingen met koorts/verkoudheid thuis te laten blijven. Aan deze leerlingen zal het onderwijs op afstand aangeboden moeten worden.

Leerlingen zijn leerplichtig, hetgeen inhoudt dat zij het onderwijs in beginsel op school moeten volgen. Indien de leerling geen bijzonder risico loopt zijn ouders verplicht om hun kinderen naar school te sturen. Bij een bijzondere situatie kunnen ouders met de school afspraken maken over het schoolbezoek.

De afschaffing van het centraal examen betekent voor scholen dat zij op basis van de schoolexamens een beslissing moeten nemen over het diploma. In de schoolexamens moeten de eindtermen worden afgedekt. Zo nodig dient de school de PTA’s na verkregen instemming van de MR (artikel 10 lid 1 sub b WMS) te wijzigen. Van deze wijziging maakt de school melding bij de onderwijsinspectie.

De schoolexamens moeten in beginsel op 4 juni 2020 afgerond zijn.

Indien het de school niet lukt om de schoolexamens af te ronden op 4 juni, kan de school het PTA aanpassen. Voorafgaand aan de wijziging van het PTA dient aan de medezeggenschapsraad instemming gevraagd te worden op grond van artikel 10 lid 1 sub b WMS. Voorts dient de school hiervan melding te maken bij de onderwijsinspectie.

Nee, dit jaar komen de bepalingen voor de rekentoets te vervallen.

De school dient een beslissing te nemen over de wijze waarop de schoolexamens worden afgenomen. Daarbij hebben scholen de vrijheid om een keuze te maken voor een passende manier van examineren. De schoolexamens op afstand afnemen heeft de voorkeur. Indien de school fysieke aanwezigheid passend vindt worden de examens op school afgenomen. Daarbij dient de school wel rekening te houden met de voorschriften vanuit het RIVM, zoals het thuisblijven bij gezondheidsklachten (griep/verkoudheid) en het houden van afstand van ten minste 1,5 meter.

De slaag-zakregeling 2019-2020 bepaalt of een leerling is geslaagd of gezakt. Deze is grotendeels gelijk aan de reguliere slaag-zakregeling. De voorwaarde dat het gemiddelde van de resultaten van het centraal examen een 5,5 moet zijn komt te vervallen. Daarnaast kunnen leerlingen die gezakt zijn maximaal twee examenresultaten verbeteren door middel van een resultaatverbeteringstoets (RV-toets). Leerlingen van vmbo-bb en -bk kunnen ook een RV-toets afleggen voor hun beroepsgerichte profielvak. Zij kunnen dus in totaal maximaal drie examenresultaten verbeteren.

Nee, een resultaatverbeteringstoets (RV-toets) is geen volledige herkansing. Met de RV-toets krijgen leerlingen de mogelijkheden om de cijfers te verbeteren. Het gemiddelde van de cijfers voor het schoolexamen en de RV-toets vormen het nieuwe cijfer. Als het gemiddelde lager is dat het cijfer voor het schoolexamen, dan telt de RV-toets niet mee. Het cijfer van het schoolexamen blijft in dat geval staan.

Ja, dat is mogelijk.

Ja, dat is mogelijk. Ook voor vakken zoals maatschappijleer waarvoor alleen een schoolexamen wordt afgenomen kan een resultaatverbeteringstoets worden gemaakt.

Indien een leerling door persoonlijke omstandigheden ernstig benadeeld is door de wijze waarop de examenregels zijn toegepast, kan de school aan de desbetreffende leerling een extra mogelijkheid voor een resultaatverbeteringstoets bieden. Tevens kan een extra mogelijkheid gebonden worden bij afwezigheid wegens ziekte om een andere legitieme reden.

De aanmeldingen voor het HBO/WO zijn verplaatst van 1 mei naar 1 juni. Leerlingen/studenten moeten zicht vóór 1 juni aanmelden voor de gewenste opleiding. Er dient wel rekening gehouden te worden met eventuele aanvullende aanmeldvoorwaarden vanuit de HBO-/WO-instelling.

De aanmeldingen voor het MBO zijn verplaatst van 1 april naar 1 mei. Leerlingen/studenten moeten zicht vóór 1 mei aanmelden voor de gewenste opleiding. Er dient wel rekening gehouden te worden met eventuele aanvullende aanmeldvoorwaarden vanuit de MBO-instelling.

Scholen dienen ervoor te zorgen dat de verplichte eindtermen zijn afgedekt, ook al wordt er geen centraal examen afgelegd. Hierdoor zullen leerlingen voldoende voorbereid zijn op het vervolgonderwijs.

Cascade advocaten

Gespecialiseerd in de onderwijssector

Persoonlijk en betrokken. Professioneel en deskundig. Wij zijn als advocaat voor 100% gespecialiseerd in de onderwijssector.

Welkom bij Cascade advocaten. Met meer dan 45 jaar juridische ervaring en een diep gewortelde kennis van het onderwijs, adviseren wij succesvol schoolbesturen, medezeggenschapsraden en werknemers in het onderwijs.

Onze doelgroepen

Schoolbesturen

Het onderwijs wordt steeds complexer. Dat maakt uw rol als schoolbestuur er niet eenvoudiger op. Zeker niet als u eens niet op één lijn komt met ouders, personeelsleden of de (gemeenschappelijke) medezeggenschapsraad. Of als u behoefte heeft aan een klankbord. Bijvoorbeeld bij een voorgenomen fusie of reorganisatie. Dan is het fijn als u kunt terugvallen op juridische experts, die uw taal spreken en tegelijkertijd geworteld zijn in de onderwijssector. Cascade advocaten staat dagelijks schoolbesturen bij over de meest uiteenlopende onderwerpen. Met enige regelmaat betreft het onderwerpen, die niet tot uw directe expertise behoren.

medezeggenschapsraden

Als medezeggenschapsraad doet u uw uiterste best om mee te denken met de schoolleiding. Dat is niet altijd even makkelijk. Met name als u het een keer niet met elkaar eens wordt. Dan is het zaak om, te midden van alle emotie, het hoofd koel te houden.


Professionele bestuurders

Ook als professioneel bestuurder van een schoolbestuur heeft u soms juridisch advies nodig over uw positie. U kunt een meningsverschil krijgen met de raad van toezicht of met het toezichthoudend bestuur over bijvoorbeeld het te voeren beleid of uw beloning.


Werknemers

Als werknemer in het onderwijs haalt u dagelijks het beste in uzelf naar boven. Of u nu voor de klas staat of juist achter de schermen actief bent. Soms gebeurt er echter iets, waardoor de relatie met de schoolleiding, of met het docentenkorps, onder druk komt.


Ouders

Ook als ouder(s) kunt u een geschil hebben met de school van uw kind(eren). Dit gaat vaak gepaard met emoties. Deze emoties vertroebelen niet zelden een heldere kijk op de situatie. Daarom is het fijn als u kunt sparren met iemand, die u helpt om de zaken scherp en in het juiste perspectief te zien.

Wat cliënten zeggen

“Daar waar bepaalde vragen onze expertise overstijgen, schakelt De Kleine Prins de kennis van anderen in. Zeker als het gaat om juridische vraagstukken en een cao die aan veranderingen onderhevig is. Op juridisch gebied laten wij ons al jaren ondersteunen door Bas Vorstermans. Niet alleen vanwege de uitgebreide noodzakelijke kennis die Bas heeft, maar ook door de waardevolle adviezen die wij krijgen bij de uitvoering van onze taken.
De werkwijze van Bas Vorstermans sluit aan bij onze werkwijze: expertise die gedeeld wordt, goede communicatie en geen 9/5 mentaliteit, waardoor er snel en oplossingsgericht meegedacht wordt.”

“De samenwerking met Noor Dietvorst is gestart in de tijd dat Noor werkzaam was voor de VBS. Wij hebben Noor Dietvorst leren kennen als iemand die beschikt over actuele juridische kennis. Noor verdiept zich grondig in haar juridische zaken, handelt daadkrachtig en heeft een prettige en snelle wijze van communiceren. Haar inzet, flexibiliteit en enthousiasme waarmee ze zaken benadert, werken prettig. Wij waarderen de samenwerking tevens omdat er enerzijds wordt meegedacht met ons als klant, echter anderzijds voldoende kritische benadering is naar ons als klant. Er wordt een duidelijk plaatje geschetst met diverse mogelijkheden en de daarbij behorende risico’s.

We wensen Noor Dietvorst en Bas Vorstermans dan ook veel succes toe met Cascade advocaten en hopen dat de vruchtbare samenwerking ook in de toekomst kan blijven bestaan.”

“Stichting Vrijescholen Zuidwest Nederland maakt al jaren gebruik van de expertise van Bas Vorstermans en Noor Dietvorst en zijn zeer tevreden over de slagvaardige professionele aanpak die oplossingsgericht is en waarbij ook oog is voor menselijke kant van het juristenvak: werkend vanuit hoofd, hart en handen, zoals wij voorstaan. Wij wensen beiden een goede doorstart bij Cascade.”

“Bas Vorstermans heeft mij als advocaat bijgestaan in het arbeidsgeschil dat ik als bestuurder van een school voor voortgezet onderwijs had met het toezichthoudende deel van het bestuur. Hij heeft in deze complexe situatie de juiste balans gevonden tussen professionele begeleiding en oog voor de menselijke maat. Bas heeft een strategie uitgestippeld die aansloot bij mijn behoefte en die tot een optimaal resultaat heeft geleid. Ik kan de dienstverlening van Cascade advocaten aanbevelen.”

In Noor Dietvorst heeft onze medezeggenschapsraad afgelopen maanden de broodnodige steun gevonden in een conflict met ons schoolbestuur aangaande het advies en instemmingsrecht van de MR. Zij weet hoe dit proces gaat verlopen en voorziet ons van vlijmscherpe teksten als het gaat om de juridische kanten van dit advies. Ze is niet alleen zelf vakinhoudelijk erg sterk, maar weet ook de juiste personen bij het proces te betrekken om tot een nog sterker advies te komen. Zonder haar input zouden we in ons hemd staan! 

Als nieuwe P&O adviseur in de complexe wereld van het arbeidsrecht in het onderwijs heeft Noor Dietvorst mij goed en vakkundig ondersteund in diverse juridische casussen en dossiers. Noor beschikt over grondige kennis en veel ervaring. Deze weet ze op een fijne en heldere manier over te brengen waarbij ze aan de ene kant adviseert vanuit het juridische kader en aan de andere kant het belang van de werkgever niet uit het oog verliest. Noor verdiept zich goed in de vraag, onderzoekt het dossier grondig en levert maatwerk.  Ook de workshops van Noor en Bas Vorstermans waarderen wij en zijn zeker van toegevoegde waarde voor ons.

Heeft u vragen? Neem direct contact met ons op.